Historie vereniging

Template naam: default

Historie muziekvereniging Concordia Beltrum

Hoe begon het ook alweer

Een aantal enthousiaste Beltrumse jonge mannen liepen in de beginjaren twintig van de vorige eeuw met plannen rond om een orkestje op te richten. In de omliggende plaatsen kende men dit fenomeen rond 1900 al enige tijd.
De gedachten voor een muziekvereniging in Beltrum heeft wortel geschoten tijdens een vergadering van het Kruisverbond.
Dit verbond, later ook wel Sobriëtas genaamd, was door de priester Dr. Alphons Ariëns in 1895 als een katholieke matigingsbeweging in het leven geroepen om o.a. drankmisbruik tegen te gaan. Een probleem dat ook in het begin van de 20ste eeuw, zeker in de textielwereld onder de arbeiders ernstige vormen aannam.
Het klinkt in deze tijd wellicht paradoxaal dat juist binnen de bewegingsgedachten van het verbond musiceren een plek kon veroveren. Immers een aantal gezegden met betrekking tot de muziek wijzen zeker niet op hun uitgangspunten.
Wat te denken van; Als ‘t kalf neet wil drinken, dan möj ’t bie de muziek doon.
Of b.v. de slagzin; Zonder drank gin klank. Zonder overigens hieruit te concluderen dat van serieus drankmisbruik binnen de muziekverenigingen sprake is, maar dit even terzijde.

De meest voorkomende vorm van musiceren op het platteland bestond indertijd veelal uit kleine groepjes. Veelal met een mond- of trekharmonica’s en vonden doorgaans plaats op bruiloften en partijen. De deel van een boerderij was meestal de geijkte plaats van handeling. Maar de bewuste jonge mannen wilden meer.
Om tot de oprichting van een orkest te kunnen komen, dienden er eerst een aanzienlijk aantal hobbels geslecht te worden.
De intentie was er zeker, maar hoe kreeg men de financiën rond en wie zou er de muzikale leiding nemen over het stel enthousiastelingen.
Ook speelde in die jaren mee dat het 25 jarig troonfeest van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina in 1923 niet onopgemerkt voorbij mocht gaan.
Geen enkele gemeenschap kon zich dat veroorloven, ook Beltrum niet.
In overleg met de plaatselijke Boerenbond, een belang- en invloedrijk orgaan in het dorp, werd besloten om een collecte te organiseren. Als tegenprestatie zou de Boerenbond, die in het begin overigens de vinger stevig aan de pols hield, over de brug komen met een subsidie om zodoende de aankoop van nieuwe instrumenten te kunnen realiseren. Intussen had men al een groep van acht personen dat het eerste orkest zou gaan vormen.
Zelfs de burgemeester van de gemeente Eibergen reageerde enthousiast op de plannen vanuit Beltrum en zegde de medewerking toe door aan de collecte zijn fiat te verlenen. Daarmee was de weg echter nog niet geplaveid.
Immers de pastoor, die aanvankelijk een stelletje jonge straatmuzikanten maar helemaal niks vond, moest ook overgehaald worden.
Toen de zielenherder eenmaal met de nodige moeite overtuigd werd en bereid was gevonden om bovenaan de lijst voor een bepaald bedrag in te tekenen, kon de inzamelingsactie van start gaan en naar later bleek succesvol.
Wel stelde hij met zijn instemming, daarvoor was ook zijn invloed erg groot, dat het werkgebied van de op te richten muziekvereniging de parochie Beltrum zou bestrijken.
Tot zover was de lucht geklaard en kon een vervolg aan de inmiddels vergevorderde plannen worden gegeven.
Plannen die door de invloed van meester Nelissen steeds meer vorm kregen.
Het hoofd van de toenmalige lagere landbouwschool had positief gereageerd op het verzoek van de initiatiefnemers om de leiding op zich te nemen van het te vormen orkest.
De meester kende de jongelieden, hij had ze zelf in de klas gehad en wist dus waar hij mee te doen kreeg. Hij was zelfs bereid om gratis de dirigeerstok te hanteren, mits hij de vrije hand kreeg in het repertoire en over het reilen en zeilen van de harmonie.
De initiatiefnemers gingen hiermee akkoord en waren in hun nopjes een goede leidsman gevonden te hebben. Naast de dirigeerstok was hij bereid het eerste voorzitterschap van de op te richten vereniging op zich te nemen.

Niets stond hiermee het initiatief in de weg en mede door een succesvolle collecte konden de eerste instrumenten bij Schepel in Winterswijk gekocht worden.

Op 16 juni 1922 was Harmonie Concordia Beltrum officieel een feit.
Voortvarend werd er gestudeerd en werden er vorderingen gemaakt. Men wilde direct een gepast programma hebben voor het koninklijk feest van HKH Wilhelmina.
Bovendien kwam men aan de wensen van de pastoor tegemoet door een aantal kerkelijke nummers in te studeren. Ook aan het ledental werd serieus gewerkt, waardoor het jonge orkest een betere bezetting kreeg. Feesten en partijen muzikaal op luisteren bleef vooralsnog de meest belangrijke bron van inkomsten, met daarnaast bijna vanzelfsprekend o.a. de kermisdagen en Vastenavond en processies.
De heer Nelissen bleef na geruime tijd als voorzitter, bijna vijf en twintig jaar als dirigent aan Concordia verbonden. Een jaar na de Tweede Wereldoorlog droeg hij het stokje over. In deze ruime periode drukte hij met zijn persoonlijkheid en overwicht een grote stempel op de jonge vereniging. Voor zijn grote verdiensten werd hij benoemd tot Ere-voorzitter.
In 1946 kreeg Johan Timmermans uit Eibergen de leiding over het orkest.
Deze selfmade man haalde met Concordia diverse successen in de loop van bijna dertig jaar dat hij het orkest onder zijn hoede had. In 1976 nam hij op hoge leeftijd afscheid van de harmonie.
Concordia heeft in de 93 jaar van haar bestaan slechts vijf dirigenten, aanvankelijk ook wel directeuren genaamd, “versleten”.
Dhr. Nelissen, Dhr. Timmermans, Dhr. Van de Kant, Dhr. Wissink, Dhr. Van Lochem.
Tot op heden is dhr. Henk Jan Heinen de muzikale leider van het orkest.
Na aanvankelijk als Harmonie Concordia door het leven te gaan, werd deze benaming in 1972 bij gelegenheid van het gouden jubileum en de Koninklijke goedkeuring van nieuwe statuten, omgezet in Harmonieorkest Concordia.
Door de verschillende geledingen binnen de vereniging dekte deze naam echter niet meer de volledige lading.
In 2006 werd het daarom omgezet in Muziekvereniging Concordia Beltrum.

Kende Concordia aanvankelijk naast de muzikanten ook enkele tamboers, in 1956 werd er een drumband aan de gelederen toegevoegd. Plaatsgenoot Jan te Boome had zich in militaire dienst bekwaamd in deze materie en nam dus de leiding over deze nieuwe groep.
Later volgden o.a. Jan Klein Goldewijk, Jan Roerdink, Marc van Wessel, Perry Reimink en tot op heden Kevin Tolkamp.
Dhr. Roerdink werd na een loopbaan van 23 jaar benoemd tot Ere-instructeur.
Inmiddels is de vertrouwde betiteling drumband vervangen door slagwerkgroep.
Zeker door de komst van o.a. melodisch slagwerk doet deze naam meer eer aan het geheel.

Daarmee was het totaalplaatje van Concordia nog niet compleet.
Majorettes dienden zich rond 1960 in de HaFa wereld aan. Een verschijnsel dat wellicht vanuit de Verenigde Staten van Amerika is komen overwaaien.
Na enige jaren van een afwachtende houding kreeg dit nieuwe fenomeen ook in Beltrum voet aan de grond.
Een groep enthousiaste jonge dames die als dansmarietjes bij de carnavalsvereniging De Belhamels functioneerden, werden bereid gevonden om ook als majorettes bij Concordia te gaan fungeren. Jan Roerdink zorgde aanvankelijk in 1965 voor de marsdiscipline, terwijl Mw. Siebers uit Borculo in 1973 de totale leiding overnam.
Verder hebben in de loop der jaren o.a. de dames Gerda v.d. Lee-Klein Veldhuis, Imelda Wielens, Marit Braam-Sijmons, Gonny Bosman en Lidy te Brake-Walterbos hun beste krachten verleend aan het paradepaardje dat de majorettegroep binnen de vereniging was.
Helaas kwam aan deze geleding een einde in 2003. De teruglopende belangstelling was er mede oorzaak van dat, ondanks verwoede pogingen om het tij te keren, aan deze activiteit een einde kwam.

Naast de twee hoofdsecties die binnen Muziekvereniging Concordia kent de vereniging sinds 1967 ook een blaaskapel.
In eerste instantie ging de kapel o.l.v. Jan Hofstede als De Bloasepiepen door het leven, later als Concorde Band, om uiteindelijk de naam Slingeland Kapel te hanteren.
Naast genoemde eerste leider Jan Hofstede, hadden Theo Maarse, Richard Hofstede en vanaf 1996 tot heden Robin Loff de leiding over deze kapel.

Om de toekomst van de muziekvereniging veilig te stellen, wordt er veel aandacht geschonken aan de jeugdopleiding, deels door externe vakkrachten van het Segno- collectief en door de eigen muzikale leiders.
De aspirant muzikanten en slagwerkers worden op het grote werk voorbereid in diverse jeugdorkesten/ensembles.

Muziekvereniging Concordia beschikt sinds 1984 over een eigen verenigingsgebouw.
Een overbodig geworden gymlokaal werd door de club verbouwd tot een riante locatie en onderkomen waarvan alle geledingen optimaal gebruik maken.
Het gebouw Dacapo, de trots van de vereniging, is voor Concordia geworden tot een vertrouwd onderkomen.

dacapo

© 2017 Muziekvereniging Concordia Beltrum